Het leven van Mohammes staat niet opgetekend in de Bijbel. Er zijn verschillende wonderlijke verhalen over het leven van Mohammed, waardoor het niet aannemelijk is dat deze verhalen echt zijn gebeurd.
Mohammed zou zijn geboren ongeveer 570 n.C. in het zuiden van Arabië te Mekka. Zijn naam betekent 'de veel geprezene'. Hij had ook een andere bijnaam 'Al-Amine' wat 'de betrouwbare' betekent.
Een wonderverhaal:
Marjam, de dochter van Imraan, trok zich terug op een afgelegen plaats om te bevallen. Toen de tijd gekomen was dat haar kind geboren moest worden, was zij in de buurt van een palmboom en een waterbron. Bij die palmboom heeft Marjam haar zoon ter wereld gebracht. Zij had het moeilijk bij het baren, maar een stem van een Engel onder haar riep haar toe niet verdrietig te zijn, maar te drinken uit de bron en te eten van de dadelpalm en moedig te zijn.
De baby Mohammed werd besneden op de 7-de dag na de geboorte. Er werd die dag een dier geslacht om het geboortefeest te geven, zoals dat gebruikelijk was bij de Arabieren.
Mohammed z'n vader Abdullah was al voor zijn geboorte gestorven. Zoals in Mekka gebruikelijk was, huurde zijn moeder Amina de diensten in van een trouwe voedster die Mohammed verzorgde. Toen Mohammed 6 jaar oud was nam Amina hem mee op familiebezoek. Op de terugweg naar Mekka werd zij echter ziek en ze overleed. De kleine Mohammed werd vanaf dat moment verder opgevoed door zijn grootvader.
Mohammed groeide op tot een gevoelige jongeman die oog had voor andermans problemen. Als kind had hij maar al te goed geleerd wat het betekent om hulopeloos te zijn zonder vader en moeder. Hij nam het op voor arme mensen en vreemdelingen. Hij nam het op voor vrouwen die geslagen werden door hun man en nam het op voor slaven. Hij had ook een helel aan al die honderden afgodsbeeldjes van steen, hout en goud in Mekka. Dat waren geen echte goden, dacht hij.